De naam Pukina verwijst in eerste instantie naar een inheemse taal die gesproken werd in wat nu het zuiden van Peru en westen van Bolivia is. Aan het begin van de koloniale periode werd de taal erkend als lengua general (algemene taal), naast Quechua en Aymara, maar het aantal vermeldingen nam daarna snel af; de laatste dateren van kort voor de onafhankelijkheid van Peru (Adelaar & Muysken 2004: 350; Torero 1987: 343).

Kaart 1. Overzicht van de zuid-centrale Andes met hedendaagse grenzen
Verder is de naam ook gebruikt om naar een volk en (archeologische) cultuur te verwijzen (e.g. Bernedo Málaga 1949), maar de relatie tussen taal, volk en cultuur in de Zuid-centrale Andes is problematisch. Er is een aantal studies dat hierop ingaat,[1]maar het is een te complex probleem om hier te behandelen. We zullen slechts een beknopt overzicht geven van werken die melding maken van Pukina, met een focus op de geografische locatie. Zie kaart 1 voor overzicht van het gebied.
2.1 Pukina: bronnen
Er is slechts één substantiële geschreven bron met teksten in het Pukina beschikbaar: de Rituale seu Manuale Peruanum van de franciscaan Luis Jerónimo de Oré (1607). Het is een religieus document ter bekering van de inheemse bevolking, dat catecheses en gebeden bevat in vijf talen: Quechua, Aymara, Pukina, Mochica en Guaraní. Brinton (1890: 243) schrijft: ‘Oreexpressly states that the Puquina version of the Doctrina Christiana which he publishes is according to the translation of "P. Alonso de Barzana, jesuita." In addition to the Doctrina, he inserts a Puquina translation of the Sacrament of Baptism, the Eucharist, the Creed, various exhortations, etc.’ Oré zou hiervoor Barzana’s werk Lexica et precepta grammatica in quinque Indorum linguis quarum usus per Americam australem hebben gebruikt. Brinton zegt over dit werk ‘said to have been printed at Lima in 1590’. Er is echter geen enkele kopie van bekend (Brinton 1890; Torero 2002: 389).[2]
Verder is een vijftalige inscriptie bekend uit het plaatsje Andahuaylillas, iets ten zuiden van Cuzco, die een zin in het Pukina bevat. Torero (1970) concludeert hieruit dat in die omgeving Pukina werd gesproken. Mannheim (1985: 654-5) beargumenteert echter dat de aanwezigheid van de inscriptie duidt op de ijver van de jezuïeten om in verschillende talen te bekeren. Torero weerspreekt dit (1987: 399) en blijft bij zijn oorspronkelijke interpretatie (Torero 2002: 395).
Adelaar & Muysken (2004) noemen twee soorten bronnen ter bestudering van het verspreidingsgebied van het Pukina: koloniale bronnen en plaatsnamen. Hier kan nog aan toegevoegd worden het onderzoek naar persoonsnamen, antroponymie, zoals Bernedo Málaga (1949) voorstelt.[3]Verder kunnen lokale plant- en diernamen informatie prijsgeven, hoewel het moeilijk zal zijn de oorspronkelijke taal van zulke namen met zekerheid vast te stellen. Tenslotte is er natuurlijk nog de mogelijkheid dat er nieuwe documenten ontdekt worden.
In dat opzicht vermeldt de franciscaan Nicolás Armentia een interessant gegeven. Hij noemt in zijn boek Relación histórica de las misiones franciscanas de Apolobamba, por otro nombre frontera de Caupolican drie werken die Pukina zouden bevatten – teksten die tot nu toe niet in studies naar het Pukina zijn genoemd. Het gaat om een catechismus uit 1583, een handleiding voor het toedienen van de sacramenten, en een woordenboek. Alle drie zijn van de hand van Bernardino de Cárdenas (bekend van zijn doctrine in het Guaraní).[4]Verder onderzoek zal moeten uitwijzen hoe betrouwbaar deze vermeldingen zijn. Armentia noemt overigens ook de werken van Oré, het gaat dus niet om een onjuiste identificatie van diens boeken.
2.2 Koloniale vermeldingen
Een van de vroegste vermeldingen van het Pukina dateert van 1575, toen onderkoning Toledo de jezuïet Gonzalez Holguín -‘expert in drie talen gesproken door de Indianen, genaamd Quichua, Puquina en Aymara’- aanstelde als zijn vertaler (Markham 1871: 332; Torero 1970: 52). De verordening omschrijft de drie lenguas generales als volgt: ‘las dichas lenguas quechua, puquina y aimará, que son las que generalmente se hablan por los indios de estos Reinos y Provincias del Perú’[5](Toledo [1575] 1989: 97). De kwalificatie als lengua general is een belangrijke reden om aan te nemen dat het Pukina in het begin van de koloniale tijd in een groot gebied gesproken werd, en veel sprekers had.
In een brief van Alonso de Barzana uit 1593 aan Juan Sebastián, ‘provincial de la Compañía de Jesús en las provincias del Perú’, schrijft hij: ‘… todos los pueblos puquinas, que son más de quarenta o cinqüenta assí en el Collao como en lo de Ariquippa y toda la costa del mar por Arica, y otras costas, nunca ha tenido un apóstol puquina que les predique a Jesuchristo, aviéndose trabajado en reducir aquella lengua a preceptos y hecho della confessionario, vocabulario y doctrina’. (Barzana, in Arriaga [1594] 1970: 399).[6]Bovenstaande passage is weinig geciteerd in studies betreffende het Pukina - Bouysse-Cassagne (1992) is de eerste die deze vermeldt - maar is belangrijk omdat niet alleen de globale Pukinatalige gebieden genoemd worden, maar ook een indicatie gegeven wordt van de hoeveelheid dorpen. In 1593 werd de taal dus volop gebezigd in El Collao,[7]Arequipa en de kusten van Arica. Welke andere kusten bedoeld worden is niet duidelijk, mogelijk die van het huidige Tacna en Moquegua.
De provincie Arequipa was een van de gebieden met een sterke aanwezigheid van het Pukina. De synode van Arequipa van 1631 vereiste indoctrinatie in de drie algemene talen (Mannheim 1985: 655). Rond 1638 droeg de bisschop van Arequipa, Pedro de Villagómez, de priesters van Carumas, Ilabaya en Locumba op een catechese en enkele gebeden naar het Pukina te vertalen, ‘aangezien in enkele parochies van dit bisdom Puquina wordt gesproken’ (Vellard 1963: 38; Vargas Ugarte 1953: 50, geciteerd door Mannheim 1985: 655). Deze drie plaatsen liggen in de huidige Peruaanse departementen Moquegua en Tacna.
José de Acosta schrijft in 1578 over de talenkennis van de Jezuïeten in Juli, gelegen aan de zuidwestoever van het Titicacameer: ‘… y algunos dellos saben las dos lenguas, quichua y aimará y algunos también la puquina, que es otra lengua dificultosa y muy usada en aquellas provincias.’[8](Acosta [1578] 1999). De vermelding wijst niet zozeer op de plaats Juli zelf, als op bijbehorende gebieden waar Pukina werd gesproken. Ook Anello Oliva ([1631] 1895: 15) schrijft ‘…in enkele [dorpen] in de provincie Chucuito [spreekt men] de taal Puquina.’[9]
Ook in de provincie La Paz werd Pukina gesproken. Cabeza de Vaca ([1586] 1965: 345) schrijft in zijn brief Descriptión y relación de la ciudad de La Paz: ‘… y también hay en esta provincia otra lengua particular que se habla en algunos pueblos, que se llama lengua puquina, aunque la hablan pocos.’[10]Helaas is de verwijzing niet specifieker wat betreft de locatie (Torero (1987: 345) interpreteert het als ten zuiden van het Titicacameer, vanwege een verwijzing naar de Aymara provincie van de Pacasas). Eveneens ten zuiden van het Titicacameer verruilden de Uru’s van Machaca rond 1583 het Pukina voor het Aymara (Mercado de Peñalosa [ca.1583] 1965: 336).
Ten oosten van het Titicacameer bevond zich een regio met veel Pukinasprekers, het gebied Umasuyu[11](deze naam is afkomstig van een precolumbiaanse gebiedsindeling, en betekent ‘watergebied’): ‘… Puquinas, que viven la mayor parte en el camino de Omasuyo’[12] (Lizárraga [1605] 1916: 218). En in een volgend hoofdstuk schrijft hij: ‘… esta provincia [Omasuyo] es muy poblada, y por la mayor parte son Poquinas’[13](idem: 227).
Verder werd in het bisdom van Cuzco Pukina gesproken: in de statuten van de synode van Cuzco, vastgesteld in 1591 door bisschop Gregorio de Montalvo, staat: ‘Porque en muchos pueblos de este nuestro obispado generalmente todas las Indias, ó las más, y algunos indios no entienden la lengua Quechua sino la Aymara, ó Puquina [...] mandamos que todos los Curas de indios, conforme á lo mandalo [sic] por el Concilio tercero confiessen en la lengua propia de su curato, quechua, aymara ó puquina’[14](Créqui-Montfort & Rivet 1925: 223). Een verordening uit 1599 van de bisschop van Cuzco, Antonio de la Raya, maakt eveneens melding van Pukinasprekers in het bisdom (ibidem). Verder blijkt uit een document van 1566 uit het archief van het aartsbisdom Cuzco dat in Taraco, ten noorden van het Titicacameer, Pukina gesproken werd (Torero 1987: 346; 2002: 392-3).
Een document van ca. 1600,[15]de Copia de Curatos genoemd, geeft aan welke talen priesters van het bisdom van La Plata (Sucre) moesten beheersen om in verschillende plaatsen te kunnen werken. Dit geeft specifieke informatie over de plaatsen waar in die tijd Pukina gesproken werd; Bouysse-Cassagne (1975) geeft vijftien plaatsen in het bestreken gebied: Puna, Potosí, Capachica, Guarina, Achacache, Guancane, Paucarcolla, Coata, Mocomoco, Camata, Ancoraymes, Ambana, Carabuco, Conima en Vilque. Volgens de transcriptie van Espinoza Soriano (1980) zijn er echter nog meer: Guaycho,[16]Charazani, Chumas,[17]Yotala en Quilaquila (zie ook kaart 2). Dit betekent dat aan alle oevers van het Titicacameer, behalve aan de zuidwestkant, Pukina werd gesproken, en dat er ook veel verder naar het zuiden nog vier plaatsen (Potosí, Puna, Quilaquila en Yotala) Pukinasprekers kenden.[18]
Een andere bron meldt nog een vijfde zuidelijke locatie met Pukinasprekers. In het werk Compendio y descripción de las Indias Occidentales uit 1630 van Vásquez de Espinosa staat over de indianen in de stad La Plata (Sucre): ‘… hablan la lengua quichua que es la general del Inga, otros hablan la aymará, y otros la puquina, cada uno conforme a su natural, sin otras particulares que hay en los demás pueblos’ [19](hoofdstuk XXV, geciteerd in Torero 1987: 344).
Gedurende bijna de hele achttiende eeuw wordt er nauwelijks melding gemaakt van het bestaan van het Pukina. Echter, de laatste meldingen dat Pukina nog gesproken werd, dateren van het begin van de negentiende eeuw. Lorenzo Hervás (1800: 244-245; ook in 1787: 64) zegt dat het in een missiepost nabij Pucarani en op de eilanden van het Titicacameer nog gesproken werd. Tevens beweert hij dat Pukina in enkele plaatsen in het bisdom van Lima werd gesproken. Het is de vraag hoe hij bij deze laatste mededeling is gekomen, aangezien er verder geen indicaties zijn dat hier ooit Pukina is gesproken. Wat betreft locatie zijn de vermeldingen van Pukinasprekers op de eilanden van het Titicacameer en bij Pucarani wel aannemelijk, maar het is de vraag wat de bron van deze informatie is geweest.[20]
In 1813 schrijft Clemente Almonte, een priester die een vragenlijst over zijn parochie Andahua beantwoordde, het volgende: ‘El idioma general en estos pueblos es la quichua, la aymará, coli, puquina, isapi y chinchaysuyo hablan en otros’. [21](Almonte [1813] 1971: 8). Torero (1987: Respuesta, 400) vindt deze vermelding ‘te vaag en onzeker’, en zegt dat dit kan slaan op dorpen honderden kilometers verwijderd. Hoewel Almonte het heeft over ‘andere dorpen’, lijkt het niet waarschijnlijk dat hij in deze context zou beginnen over talen die geheel ergens anders werden gesproken. Waarschijnlijk werd Pukina nog gesproken in een van de gebieden waar de taal het diepst geworteld was, en delen van Arequipa behoorden daartoe.
2.3 Postkoloniale studies
De periode van de laatste meldingen van het Pukina, en die van de eerste taalkundige onderzoekingen naar de taal lopen ongeveer in elkaar over. In het taalkundige werk Mithridates van Adelung & Vater (1815: 548-549) wordt Hervas’ melding over de locatie van het Pukina gereproduceerd, evenals het Onze Vader. Verder worden slechts enkele losstaande observaties over de taal gemaakt, waaronder overeenkomsten met het Aymara.
Gedurende de 19e eeuw blijven overigens nog enkele meldingen opduiken dat Pukina op dat moment nog gesproken werd. Lorente (1860: 88) schrijft ‘… en algunos puntos de este territorio [la costa del perú] se conserve aun mas o menos limitado el uso de los idiomas Cauqui y Puquina’,[22]en Menéndez (1861: 127) stelt: ‘Se hablan además en el Perú dos idiomas, el aimará y el puquina, […] el segundo se conserva cuidadosamente entre los Puquines [sic], tribu poco numerosa que ocupa algunos valles inmediatos a la costa.’[23]Het is mogelijk dat beide auteurs zich hier baseren op verouderde informatie, maar het is evengoed denkbaar dat er inderdaad nog enkele sprekers leefden.
Markham zegt over het Pukina: ‘appears to be a very rude dialect of the Lupaca [Aymara]’ (1871: 305), maar hij geeft aan dat geen definitief oordeel gegeven kan worden zonder een grammatica te raadplegen. Brinton (1890) vraagt aandacht voor het feit dat de Oré’s Rituale seu Manuale Peruanum te raadplegen is, en dat het werk meer teksten in het Pukina bevat dan het Onze Vader, dat door Hervás en Adelung wordt behandeld. Hij laat ook de grote verschillen tussen Quechua, Aymara en Pukina in de telwoorden zien, maar stelt vervolgens foutief dat Pukina door de Uru’s (of Uro’s) gesproken werd.[24]
De Uru’s waren in de koloniale tijd het volk met de laagste sociaaleconomische status, levend op de altiplano met als belangrijk bestaansmiddel de visserij. De taal van de Uru’s is in koloniale bronnen een enkele maal ‘Puquina’ genoemd,[25]en Métraux stelt dat de Uru’s hun taal ‘Bukina’ of ‘Pukina’ noemen (geciteerd in La Barre 1941: 498). Het is echter zeker dat het om twee geheel verschillende talen gaat; de eerste wordt tot de Uru-Chipaya taalfamilie gerekend, werd in koloniale tijd Uruquilla genoemd en staat tegenwoordig bekend als Uchumataqu; de tweede is de lengua general ‘Puquina’ van Oré (cf. Adelaar & Muysken 2004; Torero 1987; 2002). Het blijft de vraag hoe de naam Pukina in gebruik is geraakt voor een Uru-Chipaya taal, daar kunnen we hier echter niet op ingaan.
De la Grasserie (1894) deed een eerste poging tot analyse van het Pukina op basis van de teksten van Oré, maar maakte hierin de nodige fouten, en associeerde tevens de taal met de Uru’s (Torero 2002: 410; La Barre 1941). Chamberlain (1910) beargumenteerde reeds dat Pukina en Uru geheel verschillend zijn, op basis van o.a. een Uru woordenlijst van Toribio Polo (1901). La Barre (1941) behandelt in zijn artikel ‘The Uru of the Río Desaguadero’ de verkeerde identificatie van het Pukina met Aymara; wat betreft Pukina en Uru is hij echter niet overtuigd door Chamberlain’s argumenten, en vindt het bij gebrek aan definitief bewijs aannemelijk dat Pukina de taal van de Uru’s was.
Bernedo Málaga (1949) ziet de Pukina’s als het volk behorend bij Tiwanaku (p. 93-6), en ziet de Colla’s (een volk dat ten noorden van het Titicacameer leefde) als Aymarasprekers. De aanwezigheid van het Pukina aan de Pacifische kust is in zijn ogen een uitbreiding vanuit de hoogvlakte (p. 18). Hij volgt echter de foutieve identificatie van Pukina met Uru.
Bouysse-Cassagne (1975) behandelt de relatie tussen etniciteit, socio-economische status en taal in de Provincie Charcas (de koloniale provincies van La Plata (Sucre) en La Paz) rond het eind van de 16e eeuw. Een van de documenten, de Copia de Curatos, hebben we reeds vermeld. Het andere document behandelt de belasting die de indianen moesten betalen. De termen ‘Aymara’ en ‘Uru’ worden daarin gehanteerd als een belastingcategorie, in plaats van een etnische aanduiding, en de relatie tussen deze benamingen en de taal die de groepen spreken blijkt geheel niet eenduidig. Ook werd in vrijwel alle plaatsen meer dan één van de vier genoemde talen (Quechua, Aymara, Pukina, Uru) gesproken.
We hebben reeds vermeld dat de Copia de Curatos een twintigtal plaatsen geeft waar Pukina werd gesproken. In een later artikel maakt Bouysse-Cassagne echter duidelijk dat de Copia de Curatos een beeld geeft waarin het Pukina minder belangrijk lijkt dan het in werkelijkheid was in die tijd (Bouysse-Cassagne 1992), naar aanleiding van de genoemde brief van Barzana uit 1593.
Alfredo Torero is de belangrijkste taalkundige op het gebied van het Pukina tot op heden. Hij schreef een proefschrift over de taal (1965), dat echter niet te raadplegen blijkt. In Torero (1970) zet hij een bevolkingsgeschiedenis voor het Andesgebied uiteen waarin belangrijke nieuwe voorstellen werden gedaan, zoals een oorsprong van het Quechua in het centrale kustgebied van Peru (in plaats van Cuzco), en een Pukinatalige Tiwanakucultuur. In het reeds genoemde artikel 'Lenguas y pueblos altiplánicos en torno al siglo XVI' (1987) wordt het verband tussen taal, etniciteit en socio-economische status verder besproken: de Pukina’s hadden een sociale structuur vergelijkbaar met Aymara’s, het waren landbouwers en herders. Torero ziet de Colla’s als sprekers van het Pukina (1987: 346), net als Bouysse-Cassagne (1992). Ook wordt hier voor het eerst een totaalbeeld van de verspreiding van de taal geschetst, en laat hij zien dat het lexicon van het Kallawaya, een geheime taal van kruidengenezers, voor een groot deel afkomstig is uit het Pukina. In Torero (2002) wordt de meest uitgebreide behandeling van de taal uiteengezet, naast verdere bespreking van de reeds genoemde thema’s. Op basis van alle koloniale bronnen definieert Torero uiteindelijk drie Pukinatalige gebieden:[26]1) ten zuidoosten van de stad Arequipa, tot aan de rivier Sama; 2) rondom het hele Titicacameer, behalve aan de zuidwestzijde; 3) het gebied tussen Sucre, Potosí en Puna.
Espinoza Soriano heeft op enkele gelegenheden over het Pukina geschreven, veelal uit etno-historisch perspectief. Ook hij associeert Tiwanaku met de Pukina’s (1980: 167-8). Hij geeft verder de volgende verklaring voor de snelle verdwijning van de taal: vanaf de twaalfde [sic] eeuw zouden alleen vrouwen het Pukina bezigen, behalve in Capachica en Coata (Espinoza Soriano 2005: 139-40).[27] Deze situatie lijkt echter eerder een gevolg van een bevolking die van taal verandert (en wellicht tweetalig is), dan een oorzakelijke factor van het snelle uitsterven. Eveneens met een etno-historische invalshoek heeft Galdos Rodríguez (2000) een heel boek aan het Pukina gewijd, met een geografische focus op Arequipa. Hij evalueert de bestaande literatuur over het onderwerp en bespreekt verder details op basis van koloniale bronnen; we treffen geen belangrijke nieuwe inzichten aan. Ook geeft hij lijsten met Pukina plaatsnamen, echter zonder verdere analyses.
De meeste archeologen gaan niet uit van een Pukinatalig Tiwanaku, maar van een lange bezetting van het hele gebied door Aymara’s, die dan ook de bouwers van Tiwanaku zouden zijn (Browman 1994). Welke rol het Pukina en Uru dan zouden spelen is nog onduidelijk;[28]Browman geeft de voorkeur aan een scenario waarin de drie talen naast elkaar bestonden, en Aymara uiteindelijk een dominante positie veroverde (idem: 248). Tot op heden is nog geen consensus ontstaan onder archeologen, taalkundigen en etno-historici over de taal van Tiwanaku.
2.4 Verspreiding van het Pukina
Zoals gezegd identificeerde Torero (1987; 2002) drie gebieden waar het Pukina in het begin van de koloniale tijd werd gesproken. Deze drie gebieden beschouwen we als referentiekader, aangezien in de literatuur algemeen geaccepteerd wordt dat ze Pukinatalig waren.
1) Ten zuidoosten van de stad Arequipa, tot net voorbij de rivier Sama (Tacna). Dit gebied beslaat, behalve de zuidoostelijke rand van Arequipa, vrijwel heel het departement Moquegua en het grootste gedeelte van Tacna. Dit is ook het gebied waar reeds met de grootste zekerheid Pukina toponymie is vastgesteld (Adelaar 1987).
2) Rondom het hele Titicacameer, behalve aan de zuidwestzijde (waar zich de Aymara provincie Chucuito bevond). Aan de noordwestzijde, ten noorden van Puno, bevond zich een Pukinagebied, dat via de randen van het Titicacameer doorliep naar de noordoostkant ervan. Aan die zijde drong de taal door tot de warmere yungagebieden, richting Charazani en Camata. Ook een smalle strook ten zuiden van het meer was Pukinatalig.
3) Het gebied tussen Sucre, Potosí en Puna.
Behalve deze drie gebieden hebben we meerdere verwijzingen naar andere plaatsen waar Pukina werd aangetroffen geconstateerd. Veelal zijn dit de vagere vermeldingen, zoals die betreffende Cuzco, Andahua, de ‘kusten van Arica’, en Juli in de provincie Chucuito. In kaart 2 zijn de drie genoemde gebieden gemarkeerd, evenals de specifieke en algemenere geografische verwijzingen die eerder zijn genoemd.

De gebieden die als Pukina zijn gemarkeerd zijn getekend naar Torero 1987: 342 (ook in Torero 2002: 465). Het betreft de minimale verspreiding van de taal aan het eind van de 16e eeuw. De ‘niet-specifieke’ vermeldingen zijn in de tekst behandeld.
[1]Zie bijvoorbeeld: Julien (1987)over de etniciteit van de Uru’s.
[2]Torero (1987: noot 21)geeft als volledige titel: Lexica et precepta grammatica, item liber Confessionis et precum, in quinque indorum linguis quarum usus per American Australem, nempe Puquinica, Tonocotica, Catamarcana, Guaranica, Natizana sive Moguazana. De bronnen die melding maken van dit werk van Barzana zijn catalogi. Het artikel ‘Alonzo de Barcena’ in The Catholic Encyclopedia (Bandelier 1907) geeft Ludewig (1858)als verwijzing, dat weer verwijst naar Brunet (1820)en Sotwell’s Bibliotheca Scriptorum Societatis Jesu (1676). Een eerdere versie van de Bibliotheca Scriptorum Societatis Jesu (Alegambe & Ribadeneirae 1643: 17) vermeldt de titel ook, maar zonder jaartal of plaats te noemen, welke later wel vermeld worden.
[3]“Otro documento valioso para probar que la vasta extensión ruinosa desde Arequipa hasta Puquina fue poblada por uros o puquinas son los libros parroquiales de las doctrinas de Pocsi y de Quequeña cuya evangelización, en los primeros años del Coloniaje fue confiada, como ya dejé dicho, a los Padres franciscanos de la provincia de los Charcas. En las partidas de bautismos, de matrimonios y de defunciones se hace notar el nombre y apellido de los indios, de sus padres y el lugar de su procedencia. Pues bien, muchos de los nombres indígenas y las comarcas donde viven, según dichos registros parroquiales, son de procedencia puquina como Chihui, Ocola, Pocsi, Yquira, Cahuila, Kutipa, Zeki, Piaca, Pakurí, Paranay, Chilata, Kakana, Yuquila, Nawan, Cora-huaya, Turata, Tuana, Hui-hui., etc, etc..” (Bernedo Málaga 1949: 83).
[4] “Catecismo mayor, menor y tercero de la Doctrina Cristiana, escritos en aymará, kichua, puquina y guaraní, por el Rmo. Don fray Bernardino de Cárdenas del Orden de San Francisco en Lima, y compuestos y corregidos para la estampa, con las aprobaciones del Concilio Limense en 1583.
Manual de ritos para la recta administración de los Sacramentos en estas regiones meridionales del Nuevo Mundo, con sus explicaciones y Doctrinas en guaraní, aymará, kichua, puquina, por el Rmo. P. Bernardino de Cárdenas, predicador general y Delegado al Concilio Argentino.
Léxico general, de los idiomas y lenguas más usados en estos reynos, que son latín, castellano, aymará, kichua, puquina y guaraní. Todos estos los corrigió y explicó para la estampa el Rmo. P. predicador general y el mayor lenguaraz de estos reynos, don fray Bernardino de Cárdenas, de la Orden de San Francisco.” (Armentia 1903: 10-11)
[5]‘De genoemde talen Quechua, Puquina en Aymara, welke gewoonlijk gesproken worden door de indianen van deze gebieden en provincies van Peru’.
[6]‘… alle Puquinadorpen, meer dan veertig of vijftig zowel in El Collao als in Arequipa en de gehele zeekust bij Arica, en andere kusten, hebben nooit een Puquina apostel gehad die hen predikte [over] Jezus Christus, hoewel men eraan gewerkt heeft die taal te beperken tot de voorschriften, en [men heeft] er een geloofsbelijdenis, woordenboek en doctrine van gemaakt’.
[7]El Collao was in de koloniale tijd een groot gebied, bestaande uit de gehele hoogvlakte rondom het Titicacameer, van Ayaviri (ten noordwesten van het Titicacameer) tot Caracollo (ten noorden van de huidige departementshoofdstad Oruro). Cf. Platt et al. (2006: 35).
[8]‘… en sommigen van hen kennen de twee talen, Quechua en Aymara, en sommigen ook het Puquina, een andere moeilijke en veelgebruikte taal in die provincies.’
[9]Deze passage is de bron van een misinterpretatie die ertoe geleid heeft dat sommigen in Anello Oliva’s woorden de bewering lezen dat Puquina gesproken werd in Lambayeque en Lima. De passage luidt: ‘… se conservan hasta el dia de oy las lenguas particulares, y en algunos pueblos tan tenazmente que no se habla otra sino la propia y nativa que tienen como en el pueblo de Lambayeque, en los llanos de Lima y en algunos de la provincia de Chucuito la lengua Puquina.’ Het laatste gedeelte van deze zin moet gelezen worden als een nieuw zinsdeel: ‘...y en algunos [pueblos] de la provincia de Chucuito [se habla] la lengua Puquina.’
[10]‘… en ook is er in deze provincie een andere afzonderlijke taal die men in enkele dorpen spreekt, welke men Puquina noemt, hoewel slechts weinigen deze taal spreken.’
[11]De eerdere verwijzing van De Peñalosa kan ook op dit gebied hebben gedoeld; Omasuyos maakte deel uit van de provincie La Paz.
[12]‘… Puquinas, die grotendeels aan de weg van Omasuyo wonen’.
[13] “… deze provincie [Omasuyo] is dichtbevolkt, en grotendeels zijn het Puquina’s”.
[14]‘Omdat in vele dorpen van dit bisdom over het algemeen alle indiaansen, of de meerderheid, en enkelen van de [mannelijke] indianen geen Quechua verstaan maar Aymara of Puquina […] gelasten we dat alle priesters van indianen, conform het door de derde concilie opgedragene, de biecht afnemen in de eigen taal van hun parochie, Quechua, Aymara of Puquina’.
[15]Bouysse-Cassagne (1975), de ontdekster van het document, dateerde het document in eerste instantie 1580. Espinoza Soriano (1980: 167)geeft 1604 als het jaar van schrijven, maar zie Torero (1987: 332) waarom ‘rond 1600’ een betere datering is.
[16]De gebruikte plaatsnamendatabase geeft twee plaatsen ‘Huaycho’ ten noordoosten van het Titicacameer, één aan de zuidwestkant en één in het zuiden van La Paz. Waarschijnlijk wordt met Guaycho een van de plaatsen aan de noordoostkant van het Titicacameer bedoeld, maar voor nu laten we deze plaats onvermeld op de kaart.
[17]De plaats Chumas moet het huidige Chuma zijn, aangezien Chumas en Ambana samen genoemd worden in de Copia de Curatos, en Chuma nabij Ambana ligt (tegenwoordig: Ambaná).
[18]Voor de gebieden aan Peruaanse zijde bestaan zulke specifieke gegevens als die van de Copia de Curatos helaas niet.
[19]‘… ze spreken Quechua, de algemene taal van de Inca’s, anderen spreken Aymara, en anderen Puquina, eenieder overeenkomstig zijn aard, zonder andere bijzondere [talen] die er in andere dorpen zijn’.
[20]Ook is het mogelijk dat hij naar sprekers van een Uru-Chipayataal verwees (zie § 2.3), ook al noemt hij wel het Pukina van Oré.
[21]‘De algemene taal in deze dorpen is het Quechua, in andere [dorpen] spreekt men Aymara, Coli, Puquina, Isapi en Chinchaysuyo’.
[22]‘… in sommige plaatsen van dit gebied [de kust van Peru] houdt men nog steeds, min of meer beperkt, het gebruik in stand van de talen Cauqui en Puquina’. Zie ook Lorente ([1879] 2005: 342): ‘… hoy sólo se conservan vivos el puquina, limitado a parte del Collao y de las vecinas cabeceras […]’ (‘tegenwoordig blijven alleen het Puquina, beperkt tot een deel van Collao en de nabijgelegen [vallei]hoofden, en […] in leven’.
[23]‘Men spreekt in Peru tevens twee talen, het Aymara en Puquina, […] de tweede wordt zorgvuldig in stand gehouden onder de Puquina’s, een weinig talrijke stam die enkele valleien aan de kust bewoont.’
[24]Hoewel er in koloniale tijd wel ‘Uros’ in de betekenis van een belastingcategorie waren, die Pukina spraken - zie hieronder.
[25]Mercado de Peñalosa ([ca.1583] 1965: 336)schrijft over de Uros van Machaca: ‘casi han dejado su lengua, que era puquina.’
[26]Kaart getiteld ‘áreas mínimas de lenguas a fines del siglo XVI’ (Torero 2002: 465), ofwel de minimale verspreiding van de talen aan het eind van de zestiende eeuw.
[27]Espinoza Soriano citeert zeven regels uit een document uit 1573, zonder dit document te specificeren. In Espinoza Soriano (1980: 168) geeft hij hetzelfde argument, maar verwijst naar een document uit 1574. De opmerking ‘desde el siglo XII’ moet waarschijnlijk op de zestiende eeuw slaan, gezien de datering van het document. Verder stelt hij dit onderwerp in een ander werk besproken te hebben, maar hij geeft ook hier geen verwijzing.
[28]Stanish (2003: 225-6)stelt een model voor waarin Pukina een mengtaal is, ontstaan uit het proto-Quechua onder invloed van andere talen zoals proto-Jaqi (Aymara-taalfamilie), met een functie van lingua franca tussen Quechua- en Aymarasprekende volken. De taalkundige gegevens laten er echter geen twijfel over bestaan dat Pukina daadwerkelijk een taal was (waarschijnlijk zelfs een groep dialecten). Zie Torero (2002) en Adelaar & Muysken (2004).