Een veelgebruikte vorm van vervoer tussen Potosí en Sucre is een taxi, die je deelt met z'n vieren (Bs. 30 p.p.). Dat gehoord en gelezen hebbende ging ik rond 18u op die manier op weg. Dat het sneller is dan met de minibus staat vast (die dingen zijn oud en wrakkig en stoppen om de paar minuten voor in-en-uitstappen). Onze chauffeur (mn medepassagiers waren Bolivianen) voegde aan die hogere snelheid nog een dimensie toe: alle andere auto's op de weg werden ook ingehaald, met ongeveer anderhalf keer de maximale snelheid aangegeven op de borden. Inhalen was dus een primaire bezigheid, die hij ook graag uitvoerde vlak voor of in de (soms vrij scherpe) bochten (in bergachtig terrein heb je nou eenmaal veel bochten...). Toegegeven, hij lette wel goed op en probeerde de rechte stukken te benutten, maar toch... Daarnaast is de hele weg tussen Potosí en Sucre een afdaling, van 4090m hoogte naar 2800m.
Na een klein uurtje zo gereden te hebben was het donker geworden, wat echter niets aan het rijgedrag veranderde. Mistbanken - in het donker, dus - die het zicht beperkten tot slechts zo'n 10m, en op enkele plekken letterlijk tot zo'n 5m, deden de snelheid wel zakken - pffffff... - maar niet genoeg om hem te beletten auto's en vrachtauto's te blijven inhalen, met zeker de dubbele snelheid. Uiteraard ook in de bochten. Een busje ergens schuin in de berm (van de weg geslipt? Het regende namelijk ook) maakte mij niet veel geruster. Na een spannende 20 minuten (voor mij, tenminste) waren we uit het extreem mistige gebied en ging het weer verder als daarvoor. Uiteindelijk veilig in Sucre aangekomen, dus het heeft wel iets opgeleverd: een leuk verhaal voor op dit weblogje... :D
P.S. vanavond (zondag) ga ik terug naar La Paz met de bus, dus zal ik vast niet weer van die capriolen meemaken...